Actualiteiten

 

De kunstenaar als drager van duurzame waarde

De positie van de kunstenaar bevindt zich op een fundamenteel kruispunt. Enerzijds wordt kunst steeds nadrukkelijker beschouwd als onderdeel van een economische markt, waarin het kunstobject als product wordt verhandeld en de waarde ervan mede wordt bepaald door schaarste, bezit, reputatie en marktwerking. Anderzijds vertegenwoordigt de kunstpraktijk waarden die zich juist moeilijk laten vertalen naar economische maatstaven.

De kunstenaar produceert immers niet uitsluitend een object. Een kunstenaar ontwikkelt een praktijk waarin onderzoek, verbeelding, experiment, kennis, observatie en reflectie samenkomen. Vanuit die praktijk worden vragen gesteld die niet altijd een onmiddellijk antwoord of economisch rendement opleveren. Juist daarin ligt een wezenlijke maatschappelijke betekenis van kunst. 

De kunstenaar heeft daarmee een positie die niet volledig binnen het economische model van de kunstmarkt kan worden begrepen. De waarde van een kunstpraktijk kan zich over langere tijd ontwikkelen en kan zelfs betekenis krijgen wanneer het oorspronkelijke kunstobject niet meer bestaat. Ideeën, inzichten, werkwijzen en perspectieven kunnen worden overgedragen, nieuwe vragen oproepen en invloed hebben op andere kunstenaars, ontwerpers, architecten, onderzoekers en de samenleving als geheel.

Dat vraagt om een andere manier van kijken naar de zorg voor kunst. Wanneer uitsluitend het fysieke kunstobject als cultureel erfgoed wordt beschouwd, blijft een belangrijk deel van de kunstpraktijk buiten beeld. De kunstenaar zelf, het artistieke onderzoek en de ontwikkeling van een oeuvre vormen eveneens een vorm van cultureel kapitaal. Het gaat daarbij om een kapitaal dat niet noodzakelijk bezitbaar of verhandelbaar is, maar dat wel duurzaam kan bijdragen aan de samenleving.


Een zorgplicht voor hedendaagse kunst zou niet uitsluitend moeten gaan over het bewaren van bestaande kunstwerken. Zij zou ook betrekking moeten hebben op de voorwaarden waaronder kunstenaars hun praktijk kunnen ontwikkelen, voortzetten en doorgeven.

Dat betekent ruimte voor onderzoek en experiment, maar ook erkenning van de tijd, kennis en arbeid die in een artistieke praktijk besloten liggen. De kunstenaar zou niet uitsluitend moeten worden benaderd als producent van een eindproduct, maar als professional die kennis en betekenis genereert.

Daarmee verschuift het perspectief van het bewaren van kunst naar het duurzaam mogelijk maken van kunstpraktijken.

Deze verschuiving is belangrijk omdat hedendaagse kunst zich steeds minder laat definiëren door uitsluitend haar fysieke verschijningsvorm. Een installatie kan tijdelijk zijn, een performance bestaat slechts gedurende een bepaald moment, een concept kan belangrijker zijn dan het object waarin het wordt vastgelegd en een artistiek onderzoek kan uitmonden in inzichten die zich buiten het traditionele kunstveld verder ontwikkelen. 

De kunstenaar is in die zin niet slechts maker van een object, maar beheerder en ontwikkelaar van een voortdurend veranderende kennis- en verbeeldingspraktijk.

 

Dit betekent niet dat de kunstmarkt geen plaats zou mogen hebben. Kunstwerken mogen worden verkocht, verzameld en verhandeld. De economische waarde van kunst is reëel en kunstenaars hebben recht op een professionele markt waarin hun arbeid wordt gewaardeerd. 

Het probleem ontstaat wanneer de marktwaarde de maatstaf wordt voor de waarde van kunst als geheel.

Niet alles wat maatschappelijk waardevol is, is onmiddellijk economisch rendabel. Onderzoek, onderwijs, wetenschap en cultureel erfgoed worden evenmin uitsluitend beoordeeld op hun directe marktwaarde. Hetzelfde zou moeten gelden voor de artistieke praktijk.

De vraag zou daarom niet alleen moeten zijn: wat is een kunstwerk waard op de markt? Maar ook: Welke waarde genereert een kunstenaar door gedurende langere tijd te onderzoeken, te verbeelden, te bevragen en nieuwe perspectieven zichtbaar te maken?

Daarmee ontstaat ruimte voor een bredere definitie van waarde. Economische waarde is één vorm van waarde, maar niet de enige.

 

Een toekomstbestendige kunstsector vraagt daarom om een positie van de kunstenaar die niet volledig afhankelijk is van marktmechanismen. De kunstenaar moet ruimte kunnen innemen als zelfstandig cultureel professional, onderzoeker en producent van immateriële waarde.

Dat betekent ook dat opdrachtgevers, instellingen, overheden, bedrijven en andere maatschappelijke partners de kunstenaar niet uitsluitend zouden moeten inschakelen voor het leveren van een eindproduct. De kennis en het vermogen van kunstenaars om anders te kijken, verbanden te leggen, onzekerheid toe te laten en complexe vraagstukken vanuit een ander perspectief te benaderen, vormen op zichzelf een waardevolle professionele bijdrage. 

De kunstenaar kan daarmee functioneren als een kritische en creatieve kennispartner binnen de samenleving.

Juist in een tijd waarin complexe maatschappelijke vraagstukken vragen om nieuwe perspectieven, is die positie relevant. Waar beleid vaak zoekt naar meetbare oplossingen en de markt naar concrete producten, kan de kunstenaar ruimte creëren voor het nog-niet-weten, voor verbeelding en voor vragen die vooraf nog niet volledig kunnen worden geformuleerd.

 

De fundamentele verschuiving die nodig is, is daarom een verschuiving van kunst als object naar kunst als praktijk.

Het kunstobject blijft belangrijk, maar het is niet langer het volledige verhaal. Achter ieder werk bevindt zich een praktijk van denken, onderzoeken, maken, falen, opnieuw beginnen, observeren en betekenis geven.

Wanneer we die praktijk erkennen als een vorm van duurzame, immateriële waarde, verandert ook de positie van de kunstenaar. De kunstenaar is dan niet langer uitsluitend degene die een product aan de markt levert, maar een professional die bijdraagt aan het culturele, intellectuele en maatschappelijke vermogen van een samenleving.

De zorg voor hedendaagse kunst zou uiteindelijk dan ook moeten betekenen: zorg voor het werk, zorg voor het oeuvre, maar vooral ook zorg voor de mogelijkheid dat de artistieke praktijk kan blijven bestaan.

Want wanneer een kunstwerk verdwijnt, kan een samenleving soms nog steeds voortbouwen op de ideeën die het heeft voortgebracht. Maar wanneer de omstandigheden waaronder kunstenaars kunnen denken, onderzoeken en maken structureel verdwijnen, verdwijnt er iets fundamentelers het vermogen van een samenleving om zichzelf opnieuw te verbeelden.

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten